In de Richardstraat
Daar woonde een beminnelijk man,
Richard was zijn naam.
In de Richardstraat
Daar was een groot zwart gat in het wegdek, stevig toegedekt, zodat ge er niet rond hoefde te draaien maar over kon stappen.
Zolang het stevig toegedekt bleef was het veilig.
In de Richardstraat
Daar groeiden en bloeiden veel plantjes.
Er kwamen er steeds nieuwe bij. Stekskes werden geruild.
Blij dat Richard ook een ‘Olijftak’ gevonden had.
Hij gaf alles water en mest en aandacht en er kwam nieuw leven in overvloed.
In de Richardstraat
Daar reden coole wagens en ook sjieke bikes.
Daar stond altijd een fiets met een grote rek op de bagagedrager.
Richard was van alle markten thuis en stak steeds nieuwe vondsten onder de rek waarmee hij de Richardstraat opsmukte en opfleurde.
In de Richardstraat
Daar werden aan de toog van het café veel smakelijke verhalen verteld.
Daar bleef het steeds gezellig.
Daar werden schulden op tijd afgelost.
In de Richardstraat
Daar hoefde het allemaal niet te rap en niet te gejaagd meer te gaan.
Gewoon rustig aan was goed genoeg.
In de Richardstraat
Daar is het nu erg stil.
Het leven is er stilgevallen.
En dat ging plots, erg rap.
Ge waart ons te rap af.
We blijven in die stilte staan, Richard.
Met verdriet.
Met vragen.
Met warmte ook.
Met dankbaarheid.
Dag Richard.

Een reactie achterlaten