Danny ging heel vaak op de grond liggen. Op de stoep, in de wachtzaal, overal waar hij kon. Het leek wel of de aarde hem tot vriend maakte. De aarde heeft hem nog lang willen vasthouden. De aarde gaf hem rust en kracht, voldoende om hem toch weer te doen opstaan. Voldoende om hem toch weer een bepaalde richting uit te sturen. Voldoende om zijn leven weer te omarmen. Tot het op was. Tot hij zijn laatste adem moeizaam uitblies en een werd met diezelfde aarde.
Hij koos de grond
boven elke bank,
boven elk bed.
Daar, laag bij de aarde,
kon hij eindelijk landen.
Op koude stenen
werd hij gedragen,
niet door mensen,
maar door iets groters,
dat nooit vroeg
en nooit wegkeek.
De aarde hield hem vast
zoals niemand dat deed—
stil, eenvoudig,
met een kracht
die door zijn stilte sprak.
Zelfs in de wachtzaal,
tussen fluisteringen
en voorbijgaande blikken,
lag hij languit
in zijn eigen waarheid:
dat rust het dichtst
bij de grond te vinden is.
Nu is hij thuis
in diezelfde aarde.
Nu is hij teruggekeerd
tot het element
dat hem altijd omhelsde—
niet als einde,
maar als thuiskomst
in het meest oeroude
van het bestaan.
https://youtu.be/zQpSgNrXkcw?si=wEjv2Wyk6DU-R9Pt
Ik was de koning
Van mijn eigen land
Geconfronteerd
Met een storm van stof
Hield ik het leven vast
Tot het einde
Wezens uit mijn dromen
Staan op en dansen met mij
Nu en voor altijd
Ben ik jouw koning


Een reactie achterlaten